Voorlopig geen verdieping Westerschelde
De Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming hadden om schorsing gevraagd van de vergunning die de minister van LNV heeft verleend voor de verruiming. Volgens hen zullen de werkzaamheden in de Westerschelde leiden tot een aantasting van het zogenoemde laagdynamische gebied in het natuurgebied 'Westerschelde en Saeftinghe'.
De Raad van State oordeelt in zijn voorlopige uitspraak dat de minister van LNV “niet met voldoende zekerheid heeft kunnen concluderen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast”. Onzeker is wat de effecten zijn van de verruiming van de vaargeul. Gevolg van de uitspraak is dat er voorlopig geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd om de Westerschelde te verruimen.
Volgens Rijkswaterstaat is verruiming van de vaargeul in de Westerschelde en de Beneden-Zeeschelde de oplossing om ook de grote schepen toegang tot de haven te garanderen. Grote schepen die naar de Antwerpse haven willen varen, moeten vaak wachten tot het hoogwater is om door de monding van de Schelde te kunnen.
Als de vaargeul wordt uitgegraven kunnen schepen met een diepte tot 13,10 meter ook bij laagwater binnenvaren. Vlaanderen is in december 2007 begonnen met het uitbaggeren van de vaargeul.
Later dit jaar zal de Raad van State een definitieve uitspraak doen in de beroepsprocedure van de Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming.
  COPYRIGHT ANWB 2010